Uitgeverij Cossee B.V. Amsterdam


Gebonden
Vertaald door:
Froukje Slofstra
12,5 x 20 cm
ca. 288 blz. | € 19,90
ISBN 978 90 5936 049 5

Monsieur Akira Kumo, een internationaal gevierd couturier in Parijs trekt zich terug uit het beroepsleven om zijn droom in vervulling te laten gaan: zijn gedurende vele jaren opgebouwde bibliotheek met boeken en naslagwerken over wolken moet geordend worden. Hij neemt daarvoor de jonge bibliothecaresse Virginie Latour in dienst. Ze luistert verbaasd en gefascineerd als Kumo dagelijks boek na boek met haar doorneemt en de verhalen eruit voor Virginie samenvat. Het verhaal van de quaker Luke Howard bijvoorbeeld, die als eerste de verschillende soorten wolken een naam gaf en daarover met niemand minder dan Goethe correspondeerde. Of dat van de levensloop van de melancholieke schilder Carmichael, die niets anders dan wolken schilderde. Of het levensverhaal van de geleerde Richard Abercrombie, die op zijn wereldreizen de wolken kwijtraakte maar onverwachte en erotische zijpaden insloeg.
Met verve en door middel van de meest verbazingwekkende anekdotes vertelt Kumo over de ontdekking van de wolken door kunst en wetenschap en over de uitvinding van de meteorologie, die alles verandert: de economie, de machtsverhoudingen, het geloof. Wolken, stelt Virginie Latour bij de ordening van de bibliotheek vast, hebben zowel dichters en schilders als ontdekkingsreizigers,wetenschappers en krijgsheren gefascineerd en beïnvloed.
Maar meer en meer heeft zij tegelijkertijd het gevoel, dat de oude heer Kumo met iets heel anders bezig is...

'Voor ons,' schreef Le Nouvel Observateur, 'is De wolkenbibliotheek ook bij een bewolkte hemel het eerste echte meesterwerk van deze nieuwe eeuw: een poëtische avonturenroman, die even verrijkend als betoverend is.'
blz. 9-12

Tegen vijf uur ’s avonds zijn alle kinderen treurig: ze beginnen te begrijpen wat dat is, de tijd. De dag loopt langzamerhand ten einde. Nu moeten ze toch naar huis, braaf zijn en liegen. Op een zondag in juni 2005, rond vijf uur ’s avonds, praat een Japanse modeontwerper, Akira Kumo genaamd, met de bibliothecaresse die hij zojuist heeft aangenomen. Hij zit op de derde verdieping van zijn herenhuis in de Rue Lamarck, in zijn privébibliotheek met uitzicht op de hemel: een enorm raam van dertig vierkante meter met dubbele beglazing dempt het stadslawaai volledig. Boven de grijze lijn van de daken spreiden de wolken zich uit, altijd dezelfde en altijd wisselende, onverschillig tegenover de landschappen die ze overheersen.
De nieuwe bibliothecaresse kijkt naar de boekenrekken. Ze heet Virginie Latour. Akira Kumo vertelt haar over Londen in het begin van de negentiende eeuw. Eerst begrijpt Virginie Latour er niet veel van. Dan is er sprake van wolken. Er is sprake van wolken en Virginie Latour begint iets te begrijpen. Ze begrijpt dat in het begin van de negentiende eeuw een paar anonieme en zwijgende mannen, verspreid over heel Europa, hun ogen hebben opgeslagen naar de hemel. Ze hebben met aandacht naar de wolken gekeken, met respect zelfs, en met een soort kalme eerbied hebben ze ervan gehouden. De Engelsman Luke Howard was een van hen.

  Luke Howard is een jonge onderdaan van het Britse Rijk. En het is in het hart van dat Rijk, in Londen, dat hij woont en zijn beroep van apotheker uitoefent. Hij is lid van het Genootschap der Vrienden, hij is wat men een quaker noemt. Het is moeilijk om niet van die man te houden, die met de kalme volharding van de onschuldigen zijn leven aan slechts een paar dingen lijkt te hebben gewijd: aan de wolken, aan de mensen en aan zijn enige God. Ten minste één keer per week neemt Luke Howard deel aan een van de religieuze bijeenkomsten die bij de quakers de functie van een mis hebben. Wat zou een Genootschap van Vrienden moeten beginnen met een priester? De quakers lezen onophoudelijk de Bijbel en in de Bijbel is nergens sprake van een geestelijke, noch van een paus. Op 25 november 1802 komen Luke Howard en zijn geloofsgenoten bijeen in een klein zaaltje boven het farmaceutisch laboratorium waar hij werkt. De leden van het gezelschap gaan in een kring zitten en bewaren het stilzwijgen. Toch heeft iedereen het recht te spreken, maar op voorwaarde dat hij iets te zeggen heeft. Dat is waarom, heel vaak, de meesten zwijgen. Zo verloopt een quakervergadering. Natuurlijk kan het voorkomen dat de gelovigen een gesprek voeren, maar ze discussiëren nooit. Als er ongelukkigerwijs toch een discussie ontstaat of zelfs een ruzie, dan verzoekt de voorzitter van de vergadering om stilte. En het wordt stil. Wat Luke Howard betreft, hij kan zwijgen, dat is wat hij het beste kan, het is zijn enige talent maar hij bezit het in hoge mate. Hij zwijgt op een bewonderenswaardige manier, om zijn hart open te stellen voor de wolken en de mensen en bovenal voor de schepper van alle dingen.
De vergadering van 25 november 1802 is in stilzwijgen verlopen en, daar is iedereen het over eens, heel gunstig. Er zijn allerlei gradaties van stilzwijgen en de quakers blinken uit in het beoordelen ervan. Dat van 25 november 1802 kan de algemene goedkeuring wegdragen. Luke Howard gaat op de drempel van het laboratorium staan om afscheid te nemen van de deelnemers, zijn beste vrienden vertrekken als laatste. Er wordt over van alles en nog wat gepraat. Een van hen vraagt hem of hij al een onderwerp heeft voor de lezing die hij volgende maand voor hen moet houden, in de vertrouwde en vriendschappelijke kring van de kleine wetenschappelijke sociëteit die ze hebben opgericht. Hij antwoordt dat hij nog aarzelt tussen een paar onderwerpen. Omdat hij niet kan liegen ziet iedereen dat hij liegt en wordt hij goedmoedig uitgelachen, maar niemand dringt aan. Het gezelschap gaat uiteen. Luke Howard loopt weer naar boven en gaat staande achter een gammele, eerbiedwaardige lessenaar aan het werk.
Eigenlijk weet Luke Howard al vanaf het moment dat hij werd aangewezen voor de volgende lezing waar die over zal gaan. Hij wil over wolken spreken. En hij zal erover spreken zoals nooit iemand tevoren deed. Vóór hem bestonden de wolken als zodanig niet. Het waren alleen maar tekenen. Tekenen van de toorn of de gelukzaligheid van de goden. Tekenen van de grillen van het Weer. Gewoon voortekenen, goede of slechte. Maar niet meer dan tekenen, zonder bestaan op zich. Zo kun je de wolken echter niet begrijpen. Om ze te begrijpen, beweert Luke Howard, moet je ze op een bepaald moment op zichzelf beschouwen, omwille van zichzelf. Kortom, je moet van ze houden en hij is in feite sinds de Oudheid de eerste die dat doet. Hij is de eerste die er actief naar kijkt en hij meent te kunnen vaststellen dat de wolken zijn gevormd uit een unieke stof die zich onophoudelijk transformeert, dat kortom elke wolk de metamorfose van een andere is. Ook besluit hij de regels van de vorming van de wolken op te stellen, en de typische vormen die hij ontdekt een naam te geven. En in tegenstelling tot zijn enige voorganger, een Fransman, geeft Howard zijn categorieën Latijnse namen, zodat alle Europese geleerden ze kunnen overnemen.
En nu is het makkelijk voor ons, voor iedereen. Alles lijkt makkelijk na een uitvinding. Elke domoor kan de motor begrijpen die door Rudolf Diesel is uitgevonden, of het principe van het vastleggen van stilstaande beelden van de heren Niépce en Daguerre. Maar het bedenken van zoiets, dat is ontzettend moeilijk. Het idee moet eindeloos bijgesteld worden. In het geval van de wolken is de taal het doorslaggevende punt. De naamgeving is een zeer netelige fase bij wetenschappelijke uitvindingen. Er is een bijzonder talent voor nodig dat men onbeduidend kan vinden maar dat van essentieel belang blijkt. Want de doopnamen van de dingen functioneren niet zoals die van mensen. Mensen krijgen bij hun geboorte een voornaam en een achternaam, vervolgens handelen ze naar die naam of verloochenen hem, ze verzwijgen hem of veranderen hem. Soms halen ze hun familienaam door het slijk, soms voeren ze hem naar de toppen van de maatschappij, en soms doen ze beide tegelijkertijd. Maar de dingen bestaan buiten hun naam om, ze kunnen eeuwenlang stom en onbenoemd bestaan. Toch is er een naam die hen opwacht in de stilte, een naam die moet worden bedacht of gevonden door een geleerde, een dichter. Het vinden van de naam die het begrip van het ding bevat, het vinden van de naam van de wolken, dat is precies waarin Luke Howard als eerste mens is geslaagd. En nu zien we de wolken met hem, dankzij hem: de cumulus en de stratus, de cirrus en de nimbus, voortaan is het er allemaal en is alles zo eenvoudig.
De Morgen, 20 juni 2007
WOLKEN EN HUN AANBIDDERS
Door Dirk Leyman


Na lezing van dit boek zijn wij er geheel van overtuigd dat 'er niets ter wereld fascinerender is dan de wolken, of het moet de oceaan zijn' Stéphane Audeguy's 'De wolkenbibliotheek' is geschiedenisles en roman in één.

Met zijn debuutroman De wolkenbibliotheek maakte Stéphane Audeguy zich in één klap 'incontournable' in de Franse letteren. Deze curieuze vertelling over een passie voor het wolkendek laat de lezer langzaam van de ene verbazing in de andere vallen. Tegelijk is het boek een uiterst leesbare bespiegeling over wetenschap, verzameldrift én kunst.

De voortijlende, immer van vorm veranderende wolken zijn door de wetenschappers lange tijd aan hun lot overgelaten. De meteorologie - en meer specifiek de studie van de wolken - is een relatief jonge wetenschap, die pas recentelijk een hoge graad van verfijning heeft bereikt. Tegenwoordig bergt de oorsprong van geen enkele cirrus, cumulus, cumulonimbus of nimbostratus nog geheimen, al blijven wolken onberekenbare fenomenen. Kunstenaars hebben zich altijd aangetrokken gevoeld door hun grillige, abstracte schoonheid. Het oeuvre van schilders als John Constable, J.W. Turner, Jacob van Ruisdael en René Magritte is ondenkbaar zonder wolken, net als dat van de Amerikaanse fotograaf Alfred Stieglitz.

Vorig jaar kwam de Britse wolkenfanaat Gavin Pretor-Pinney met The Cloudspotter's Guide aandragen, een originele ode aan "onze donzige vrienden". Via zijn met merkwaardige anekdotes en feitjes volgestouwde boek wist hij in een mum van tijd wereldwijd een schare wolkenspotters aan zijn zijde te scharen. Kort daarvoor verscheen in Frankrijk een ongewone roman over de vele metamorfoses van de wolken, waarin de fascinatie van schilders, wetenschappers en ontdekkingsreizigers aan bod kwam. Het manuscript van La théorie des nuages van Stéphane Audeguy (°1964), een docent filmgeschiedenis en letteren, was door uitgeverij Gallimard uit een immense stapel ongevraagde inzendingen gevist en werd meteen herkend als het werk van een uiterst begaafd auteur. Audeguy was al vanaf zijn jeugd een fervent wolkentuurder en verrichtte voor De wolkenbibliotheek immens veel archiefonderzoek, waarvan hij naar eigen zeggen slechts 20 procent heeft kunnen gebruiken. Want inderdaad, de roman beweegt zich in de schemerzone tussen feiten en fictie.
De wolkenbibliotheek staat niet op zichzelf, zo heeft Audeguy in een interview gezegd. Het is het eerste deel van een drieluik waarin hij de verhouding van de mens tot techniek en natuur onderzoekt, waartoe ook zijn tweede roman Fils unique, over de broer van Jean-Jacques Rousseau, behoort.
Op de eerste pagina van De wolkenbibliotheek inviteert Audeguy ons in de privébibliotheek van de gevierde maar afstandelijke Japanse modeontwerper Akiro Kumo, een personage dat duidelijk geïnspireerd is op de mysterieuze Issey Miyake. In zijn nadagen neemt Akiro Kumo de jonge bibliothecaresse Virginie Latour onder de arm om zijn uitdijende en bijzonder waardevolle verzameling boeken over meteorologie te ordenen. Zijn sobere woning in de Parijse rue Lamarck is voorzien van een enorm raam van dertig vierkante meter, van waaruit Akiro Kumo ongegeneerd het spektakel van de wolken kan gadeslaan. Hij vindt in de bedachtzame Virginie een gewillig oor voor zijn vertellingen over de wolken. De niet al te snuggere Virginie is een bijna onbeschreven blad: "Als Virginie Latour voor Akiro Kumo begint te werken, heeft ze uiteraard nog nooit van haar leven over de wolken nagedacht." Toch raakt ze door Kumo's bedachtzaam geformuleerde vertellingen geheel ingesponnen. Net als de lezer, want na amper een tiental pagina's heb je al het niet te wissen gevoel dat je een heel bijzonder boek in handen houdt. Als een docent die zijn toehoorders uit zijn hand laat eten, zo laat Audeguy Kumo zijn elegant geformuleerde geschiedenissen ontrollen. We lezen over Luke Howard, de diepgelovige quaker die als eerste een bruikbare classificatie van de wolken opstelt, maar in de geschiedenis van de meteorologie slechts met een vergrootglas te zoeken is. Dan is er het dieptragische verhaal van de schilder Carmichael en zijn bezetenheid voor het luchtruim boven Londen. Aan het eind van zijn leven rest amper een spoor van zijn werk, net als de gejaagde wolken is het bijna een luchtspiegeling. Feilloos herkennen we John Constable, de Britse schilder die in zijn loopbaan twee "wolkencrisissen" doormaakte. Licht sardonisch beschrijft Audeguy ook hoe havik Napoleon zich volkomen misrekent door de meteorologische omstandigheden tijdens zijn veldtochten. Niet minder beklijvend is de passage over de uitbarsting van de ondergrondse vulkaan de Krakatau in 1884 op een Indonesisch eiland, die voor een wereldwijde ontregeling van het weer zorgde: "Zijn verpulverde rotsen stijgen op tot in de dampkring en vormen daar de grootste wolk die ooit in de menselijke geschiedenis te zien was."
De helderheid en precisie waarmee Audeguy zijn histories (in de tegenwoordige tijd én zonder enige dialoog) optekent, is verbluffend. Maar wie zou vermoeden dat het boek uitsluitend een inventaris is van de geschiedenis van de wolkenkunde, vergist zich. Audeguy heeft heel wat verrassingen in petto en ontvouwt een zeer intrigerende, onbehaaglijk stemmende plot - met zelfs een aantal erotische zijsprongen. Naarmate Kumo's verhalen de twintigste eeuw naderen, worden ze echter "ook steeds treuriger". "Was die eeuw erger dan de voorgaande? Lijkt dat zo voor ons omdat het de meest recente is? Virginie Latour heeft de indruk dat alles betrekt." In ieder geval blijkt dat Kumo is geboren in Hiroshima, de stad van de paddestoelwolk en als bij wonder is ontkomen aan de nucleaire vernietiging. Gaandeweg wordt duidelijk dat zijn wolkenpassie niet vrijblijvend is. Akiro Kumo treurt onmiskenbaar over zijn 'overlevingsgeluk' en de vraag waarom hij nét de dans ontsprong.
Bovendien schakelt het boek in een hogere versnelling wanneer het Abercrombieprotocol binnen Kumo's handbereik komt. Richard Abercrombie was de opsteller van een 732 pagina's tellend boekwerk in één exemplaar met illustraties en typologieën van de wolken, waarvoor hij - een vriend van Darwin - de hele wereld afreisde. En ook hier vermengt Audeguy Wahrheit und Dichtung en kluistert hij de lezer aan de pagina's op een manier die een Dan Brown hem nog in geen honderd jaar zou kunnen nadoen. Het knappe is dat Audeguy ook in die pagina's zijn geschiedenisles voortzet zonder dat het ten koste gaat van de ontknoping van zijn verhaal. Terugkijkend op al die wetenschappelijke wolkenkrachtpatserij komt hij tot een wat droef stemmende conclusie. De huidige meteorologen hebben geen oog meer voor hun verleden. "Voor de wetenschappers zit de tijd van de wolken erop", wolken zijn onschadelijke anachronismen geworden - nutteloos als weersvoorspellers. Want nu hebben ze lagedrukgebieden, atmosferische systemen, occlusiefronten en enorme rekenmachines om zich in te vermeien.
Hoe dan ook, na lezing van dit boek zijn wij er, samen met Virginie Latour, geheel van overtuigd dat "er niets ter wereld fascinerender is dan de wolken, of het moet de oceaan zijn". Toch schuilt daar net het gevaar: "Er is ook niets ijdeler, bedrieglijker en verlammender dan die steeds veranderende, steeds vernieuwende materie." Want Audeguy's "lange, zachtmoedige stoet van wolkenaanbidders telt net iets te veel zelfmoorden, wanhopigen, afgewezen aanbidders en sombere eenlingen". Ook wolkenverzamelaar Akira Kumo onderneemt een op een haar na mislukte zelfmoordpoging.
Audeguy notuleert zijn geschiedenissen met een dwingende, volkomen beheerste pen en verbindt ze ragfijn en zonder de minste pedanterie met allerhande literaire, artistieke en wetenschappelijke voorgangers. Ook bij een tweede lezing ontdek je verbaasd nieuwe details en dwarsverbanden. De wolkenbibliotheek is, u hebt het al begrepen, een tour de force, een boek dat je in groten getale wilt aanschaffen om met een weids gebaar aan je lezende vrienden te offreren.
VPRO Gids, maart 2007
WOLKENBIBLIOTHEEK


'What a glorious morning in this for clouds!' luidt het citaat van Constable waarmee Stéphane Audeguy zijn debuutroman De wolkenbibliotheek (Cossee) laat beginnen. Een wonderlijke, veelzijdige roman over de oude couturier Akira Kumo, verzamelaar van alles wat met wolken te maken heeft. Hij neemt Virginie Latour aan als bibliothecaresse om zijn wolkenbibliotheek te ordenen.
Algauw merkt zij hoezeer wolken een bron van inspiratie zijn geweest voor dichters, schilders, wetenschappers en ontdekkingsreizigers. In een sobere, precieze stijl voert Audeguy ons door de geschiedenis van de meteorologie, om zo langzaam te onthullen waar Akira Kumo's eigen fascinatie voor wolken vandaan komt. En na afloop kan de lezer genieten van een mooie cumulus, een fijne stratus of een dreigende nimbus.
De Groene Amsterdammer, 22 juni 2007
ANALOGISCHE ANTROPOLOGIE
door Jacq Vogelaar


[...] Audeguy is niet alleen een goed verteller, hij heeft ook nog wat te vertellen, met een listige dosering van inzicht en verhalen. Als een schrijver daar een hele roman voor nodig heeft, vertel je dat niet in een paar woorden na. Ik verwijs daarom maar naar een ander, zojuist vertaald boek over 'wolken in de geschiedenis, wetenschap en cultuur': De wolkengids van Gavin Pretor-Pinney.
literatuurweb.nl 18 september, 2007
DE ONTDEKKING VAN DE HEMEL
door Guus Bauer

[...]
In eerste instantie doet de sfeer en het bijna feeërieke taalgebruik van de eerste hoofdstukken denken aan het werk van de Siciliaanse Nobelprijswinnaar Luigi Pirandello en dan met name aan het door Coppens en Frenks op prachtige wijze heruitgegeven Wijlen Mattia Pascal, waarin eveneens een bibliotheek geordend moet worden.

Audeguy ontwikkelt in de loop van de roman, die uit drie delen bestaat, een unieke sobere stijl; een aangename eigen toon. Of het nu gaat om de door Goethe bewonderde quaker Luke Howard, die voor het eerst de verschillende wolken benoemde, de bijzondere paddenstoel van de atoombom in Hiroshima, die op wonderbaarlijke wijze door de hoofdpersoon Akira Kumo wordt overleefd, of een uitbarsting van het Indonesische vulkaaneiland Krakatau, nergens is het wetenschappelijk of gekunsteld. Iets waarvoor men zou kunnen vrezen als je leest dat Audeguy in Parijs literatuur onderwijst. Het is een krachtige poëtische avonturenroman.

Akira Kumo, couturier in ruste en verzamelaar van alles wat met wolken te maken heeft, vertelt aan de speciaal ingehuurde bibliothecaresse Virginie Latour over de verdrijving van god uit de hemel en de ontdekking van de wolken door kunst en wetenschap. Het is de tijd van een nieuwe wetenschap, die de kijk op de wereld voorgoed zal veranderen: de meteorologie. De bibliothecaresse is gefascineerd door de verhalen van de oude heer Kumo en stelt bij de ordening van de bibliotheek vast dat zowel dichters als schilders en krijgsheren zich door wolken hebben laten inspireren. Ze probeert te achterhalen waar de obsessie van Akira Kumo vandaan komt. Misschien wijst het citaat van Baudelaire voorafgaand aan het derde deel de juiste richting. 'En wat vreemd was: geen enkele keer heb ik me ten overstaan van die vloeibare of etherische wonderen gestoord aan het ontbreken van mensen.'
Door: Mathieu Kockelkoren